Levensloopregeling


        1. Wat is de levensloop regeling?
        2. Hoe begin ik met sparen in de levensloopregeling en hoe is de procedure?
        3. Hoeveel geld kan ik sparen in de levensloopregeling?
        4. Wat ontvang ik als ik levenslooptegoed opneem en hoe zit dat als ik ziek word?
        5. Wat moet ik met mijn werkgever regelen rond de levensloopregeling?
        6. Kan ik eerder met pensioen met de levensloopregeling?
        7. Kan ik mijn ouderdomspensioen aanvullen met levenslooptegoed?
        8. Gevolgen levensloopregeling voor ouderschapsverlof en vakantierechten
        9. Gevolgen levensloopregeling voor verlofsparen, spaarloon en pensioen
      10. Wat gebeurt er met het levenslooptegoed als ik geen werk meer heb?
      11. Welke gevolgen heeft de levensloopregeling voor sociale uitkeringen?
      12. Wat gebeurt er met het levenslooptegoed bij overlijden?


Wat is de levensloop regeling?

De levensloopregeling is een spaarpot, bedoeld om een periode van onbetaald verlof te financieren, zoals bijvoorbeeld langdurend zorgverlof, een sabbatical, ouderschapsverlof of educatief verlof. Zelfs 1 dag verlof gedurende een periode is mogelijk. U kunt de regeling ook gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Voor opnemen van verlof heeft u wel de toestemming van uw werkgever nodig. Vanaf 1 januari 2006 kunt u sparen met de levensloopregeling.

Extra belastingvoordeel: levensloopverlofkorting Als u levenslooptegoed opneemt voor financiering van onbetaald verlof, krijgt u korting op uw inkomstenbelasting. De korting bedraagt maximaal € 183,00 per jaar dat u voor de levensloopregeling spaarde en is nooit meer dan het bedrag dat u aan belasting moet betalen. Voor wie Alle werknemers in Nederland kunnen van de levensloopregeling gebruik maken. De regeling geldt ook voor werknemers met een flexibel contract , zoals oproepkrachten, mensen met nul-urencontracten, uitzend- en tijdelijke krachten). Voor zelfstandigen wordt voorlopig geen regeling getroffen. Hoe vaak U mag de levensloopregeling zo vaak voor onbetaald verlof gebruiken als u wilt. Hoe veel U spaart een deel van uw brutoloon, tot in totaal maximaal 210% van uw brutojaarloon. Als u levenslooptegoed opneemt, ontvangt u in de meeste gevallen de levensloopverlofkorting. U kunt het levenslooptegoed op meer dan 1 rekening bij elkaar sparen. Vervallen regelingen De levensloopregeling vervangt het zorg- en studieverlof met een financiële bijdrage van de overheid, (financiering loopbaanonderbreking, finlo). Verlofsparen vervalt ook; dit wordt opgenomen in de levensloopregeling. De afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof (voor werkgevers) vervalt eveneens.

Hoe begin ik met sparen in de levensloopregeling en hoe is de procedure?

Probeer voor uzelf zo duidelijk mogelijk te krijgen waarvoor u spaart en zoek daar een goede levensloopspaarrekening / -verzekering bij. Verschillende banken en pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstelling bieden levensloopregelingen aan. Uw werkgever biedt misschien een collectieve regeling aan. Laat u goed informeren voordat u een keuze maakt.

Beginnen met sparen U kunt op ieder moment beginnen met sparen voor de levensloopregeling. Procedure en inhoudingen U vraagt uw werkgever om een bedrag (maximaal 12 % van uw bruto jaarloon) over te maken naar een geblokkeerde levensloopregeling bij een bank of verzekeringsmaatschappij. U bepaalt zelf welke vorm u kiest, afhankelijk van de bestemming van het levenslooptegoed. U neemt dus zelf het initiatief. Uw werkgever zet de afspraken over de levensloopregeling op papier. Uw werkgever maakt het bedrag over naar de financiële instelling, min de premies voor de werknemersverzekeringen. Zodra u verlof, gefinancierd door het levenslooptegoed wilt opnemen, bespreekt u dit met uw werkgever. U heeft diens toestemming nodig om verlof op te nemen. De bank of verzekeraar waar uw levenslooptegoed is opgebouwd, maakt het geld (periodiek) over naar uw werkgever. Uw werkgever houdt de loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet in. De levensloopverlofkorting wordt hiermee verrekend. Daarna maakt uw werkgever het resterende netto bedrag (periodiek) naar u over. Beheer van het levenslooptegoed Het geld wordt beheerd door de instelling waarmee u een levensloopregeling afsluit. De rekening / verzekering staat op uw naam. Verandert u van werkgever, dan geeft dat geen problemen. U kunt het levenslooptegoed meenemen naar een andere baan. Lees de voorwaarden van de regeling goed door. Daar kunnen ook afspraken staan over afkoopmogelijkheid, beëindigen van de regeling en andere belangrijke zaken.

Hoeveel geld kan ik sparen in de levensloopregeling?

Jaarlijks kunt u 12% van uw bruto jaarloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van uw bruto jaarloon sparen. U kunt per jaar aangeven wat en hoeveel u wilt sparen.

Wat valt onder het brutojaarloon Uw brutojaarloon vindt u terug op de jaaropgave die u van uw werkgever ontvangt. Of andere loononderdelen zoals bijvoorbeeld onkostenvergoedingen, 13e maand, ploegendienst en winstuitkeringen meetellen, wordt bepaald door de Belastingdienst. Neem contact op met de Belastingdienst om de exacte hoogte van het bruto jaarloon voor de levensloopregeling vast te stellen. Extra dagen /uren omzetten in geld Het is ook mogelijk om overwerkuren, vakantiedagen, adv-dagen en bovenwettelijke vakantiedagen (dagen uit voorgaande jaren, of de extra vakantiedagen die een werkgever met een werknemer overeenkomt) om te zetten in geld en dit aan het levenslooptegoed toe te voegen. Dit moet dan wel in een CAO of een bedrijfsregeling vastgelegd zijn. levenslooptegoed opbouwen zonder uw brutoloon U spaart in de levensloopregeling via uw brutoloon. Andere tegoeden die u heeft (koopsompolis met lijfrente, spaargeld op een 'gewone' spaarrekening, levenslooptegoed dat u opneemt of wat dan ook) zijn geen brutoloon en kunt u niet toevoegen aan uw levenslooptegoed. U gaat meer of minder verdienen De basis om te bepalen hoeveel u per jaar en in totaal mag sparen voor de levensloopregeling, is het bruto jaarsalaris in het jaar dat u spaart. Dat kan dus wijzigen als uw inkomen verandert. Dit wordt per jaar bekeken. Er wordt dus geen gemiddelde berekend. Als u meer gaat verdienen, gaat het jaarbedrag (12% van uw bruto jaarloon) en het totaalbedrag (210% van uw bruto jaarloon) omhoog. U kunt dan meer sparen. Minder verdienen Gaat u, vooruitlopend op uw pensioen, in deeltijd werken of werken tegen een lager loon, dan blijft uw oude, hogere loon het uitgangspunt om de maximale storting te berekenen. Daar zijn nog wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Voor meer informatie hierover neemt u contact op met de Belastingdienst. Als u om andere redenen minder gaat verdienen, is het mogelijk dat u uw maximale tegoed al heeft bereikt. Uw werkgever betaalt u het bedrag terug dat u in dat jaar teveel gespaard heeft. U kunt in dat jaar niet meer verder sparen in de levensloopregeling. Meer of minder sparen in 1 jaar Volgens de wet kunt u 1 x per jaar bepalen hoeveel u per maand wilt sparen voor uw levenslooptegoed. Als u in de loop van het jaar meer of minder gaat verdienen, wilt u misschien uw maandelijkse inleg verhogen of verlagen. Om de administratieve lasten voor uw werkgever te beperken, is uw werkgever niet verplicht uw bijdrage tussentijds aan te passen, als u daarom vraagt. Maar het is ook niet verboden. Uw werkgever moet wel meewerken als u besluit niet meer te sparen in de levensloopregeling. Sneller sparen tot 56 jaar Bent u op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan kunt u sneller het maximumbedrag van 210 procent van het bruto jaarloon bij elkaar sparen. U mag namelijk per jaar meer sparen dan 12 procent van het bruto jaarloon. u kunt eventueel een heel jaarsalaris inleggen. Omdat u met de levensloopregeling spaart via uw (bruto)loon, kan de maximale inleg per jaar nooit meer zijn dan uw jaarsalaris. Dat kan drie jaar verlof opleveren tegen 70 procent van het laatst verdiende loon. 56 jaar en ouder Bent u vóór 31 december 2005 56 jaar of ouder, dan geldt er geen ruimere levensloop(overgangs)regeling. U kunt nog wel gebruik maken van de VUT- en prepensioenregelingen en de fiscale voordelen die daaraan verbonden zijn. Geldt er in uw bedrijf geen VUT- of prepensioenregeling, dan is de levensloopregeling alsnog een mogelijkheid om te sparen voor eerder pensioen of een hoger ouderdomspensioen, als u een pensioentekort heeft.

Wat ontvang ik als ik levenslooptegoed opneem en hoe zit dat als ik ziek word?

U ontvangt (een deel van) uw levenslooptegoed. Daarnaast heeft u een belastingvoordeel: de levensloopverlofkorting.

Hoogte levenslooptegoed Het bedrag dat u opneemt mag niet meer zijn dan het maandloon dat u direct voorafgaand aan het verlof verdiende. Ontvangt u daarnaast nog een deel loon van uw werkgever, dan telt dat ook mee. U neemt dan minder geld op van uw levenslooptegoed. Bijvoorbeeld: u verdient deze maand € 1000,00. U mag dan maximaal dit bedrag opnemen uit uw levenslooptegoed. Ontvangt u daarnaast nog € 400,00 van uw werkgever, dan mag u maximaal € 600,- uit het levenslooptegoed opnemen. Extra belastingvoordeel: levensloopverlofkorting Als u levenslooptegoed opneemt voor financiering van onbetaald verlof, krijgt u korting op uw inkomstenbelasting. De korting bedraagt maximaal € 183,00 per jaar dat u voor de levensloopregeling spaarde en is nooit meer dan het bedrag dat u aan belasting moet betalen. Voorbeelden van berekening van de levensloopverlofkorting vind u op de website van de Belastingdienst (onder de externe linken). Ziek tijdens verlofperiode Als u tijdens een verlofperiode ziek wordt, loopt uw verlof door. De levensloopuitkering loopt ook door. Er verandert dus niets. De ziektedagen worden niet gecompenseerd. Dat is de wettelijke regeling. In uw CAO of arbeidsovereenkomst kunnen hierover andere afspraken worden gemaakt. levenslooptegoed als u ziek of arbeidsongeschikt bent Als u ziek of arbeidsongeschikt bent, blijft uw levenslooptegoed gewoon staan. U kunt doorsparen, omdat u tijdens de eerste twee jaar van uw ziekte loon ontvangt van uw werkgever.

Wat moet ik met mijn werkgever regelen rond de levensloopregeling?

Als u wilt sparen in de levensloopregeling, kan uw werkgever u dat niet weigeren. U heeft een wettelijk recht op deelname aan de regeling.

Bijdrage werkgever Uw werkgever kan een financiële bijdrage leveren aan uw levenslooptegoed, maar dat is niet verplicht. Als hij dit wel doet, moet uw werkgever deze bijdrage ook betalen aan werknemers die niet meedoen met de levensloopregeling. Daarnaast mag uw werkgever geen voorwaarden stellen aan het tijdstip van opname van het verlof. Als de regeling in uw bedrijf niet aan deze voorwaarden voldoet, geldt de werkgeversbijdrage niet als levensloopbijdrage en vervalt uw belastingvoordeel. Toestemming nodig voor opnemen tegoed Als u het levenslooptegoed wilt opnemen heeft u toestemming van uw werkgever nodig. Die toestemming is niet nodig als u verlof opneemt waar u volgens de wet recht op heeft, zoals ouderschapsverlof en langdurend zorgverlof. Verder gelden de voorwaarden en regels die aan dat verlof verbonden zijn. Verlofbeleid binnen het bedrijf Sommige bedrijven hanteren een verlofbeleid. Met een verlofbeleid weet u waar u aan toe bent en wordt een wijze van omgaan met onbetaald verlof ontwikkeld, die past bij de onderneming. In deze bedrijfsregels kunnen afspraken staan over bijvoorbeeld de maximale duur van het levensloopverlof. Een bedrijf mag deze afspraken maken, ook als daardoor de verlofmogelijkheden beperkt worden. Collectieve regelingen Uw werkgever kan een collectieve levensloopregeling aanbieden. U bent niet verplicht daaraan deel te nemen. U heeft de vrijheid om te kiezen voor een andere regeling bij een andere verzekeraar, bank, dochter van een pensioenfonds of beleggingsinstelling. Meer dan 1 werkgever Heeft u meer dan 1 werkgever, dan kunt u bij al deze werkgevers sparen voor de levensloopregeling. De uitbetaling van het tegoed verloopt ook via alle werkgevers. Ieder betaalt naar rato uit.

Kan ik eerder met pensioen met de levensloopregeling?

U kunt de levensloopregeling gebruiken om eerder met pensioen te gaan.

Hoogte vervroegd pensioen In het meest gunstige geval kunt u drie tot vier jaar prepensioenverlof bij elkaar sparen tegen 70 procent van uw laatstverdiende loon. Hoeveel u precies ontvangt, is afhankelijk van de hoogte van uw gespaarde tegoed en van de opgebouwde levensloopverlofkorting. Extra belastingvoordeel: levensloopverlofkorting Als u levenslooptegoed opneemt voor financiering van onbetaald verlof, krijgt u korting op uw inkomstenbelasting. De korting bedraagt maximaal € 183,00 per jaar dat u voor de levensloopregeling spaarde en is nooit meer dan het bedrag dat u aan belasting moet betalen. Sneller sparen met de overgangsregeling Bent u op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan kunt u sneller het maximumbedrag van 210 procent van het bruto jaarloon bij elkaar sparen. U mag namelijk per jaar meer sparen dan 12 procent van het bruto jaarloon. Dat kan drie jaar verlof opleveren tegen 70 procent van het laatst verdiende loon. 56 jaar en ouder Bent u vóór 31 december 2005 56 jaar of ouder, dan geldt er geen bijzondere levensloop(overgangs)regeling. U kunt nog wel gebruik maken van de VUT- en prepensioenregelingen en de fiscale voordelen die daaraan verbonden zijn. Geldt er in uw bedrijf geen VUT- of prepensioenregeling, dan is de levensloopregeling alsnog een mogelijkheid om te sparen voor eerder pensioen of een hoger ouderdomspensioen, als u een pensioentekort heeft. Prepensioen en levensloop Wat u heeft opgebouwd aan prepensioen, blijft behouden. Vanaf 1 januari 2006 krijgen de pensioenfondsen de mogelijkheid om afkoop van prepensioentegoeden toe te staan. U kunt dat tegoed dan overhevelen naar uw levensloopregeling, zonder daarover belasting te betalen. Dit bedrag mag meer zijn dan het jaarlijkse maximum van 12 procent van het bruto jaarsalaris. Informeer verder bij uw pensioenfonds of dit ook voor u geldt. Let wel: u heeft geen recht op deze afkoop; het is alleen mogelijk als de pensioenuitvoerder dit aanbiedt.

Kan ik mijn ouderdomspensioen aanvullen met levenslooptegoed?

U kunt uw gespaarde levenslooptegoed aan uw ouderdomspensioen toevoegen als u een pensioentekort heeft.

De levensloopregeling is bedoeld voor financiering van onbetaald verlof – vóórdat uw met pensioen gaat. Het is dus niet de bedoeling dat u het levenslooptegoed uitsluitend gebruikt om uw pensioen aan te vullen - tenzij u een pensioengat heeft. Pensioengat en levensloopregeling Heeft u een pensioengat en bent u van plan met de levensloopregeling uw pensioengat te dichten, dan moet u eerst een levenslooptegoed opbouwen op een levenslooprekening. Laat de financiële instelling weten wat uw plannen zijn. Dan kan bijvoorbeeld het geld eerst gespaard worden op een spaarrekening met hoge rente. Dat bedrag kunt u belastingvrij doorstorten naar uw pensioenrekening /-voorziening. Dit bedrag moet u uiterlijk 1 dag voor uw 65 jaar wordt, of 1 dag voor het ingaan van uw ouderdomspensioen (als dat eerder of later zou zijn dan op uw 65e jaar) doorstorten. In dit geval krijgt u geen levensloopverlofkorting. Heeft u daarna nog levenslooptegoed over, dan wordt dit restant uitgekeerd en belast als loon. Uitkeren levenslooptegoed bij einde loopbaan Wordt aan het einde van uw loopbaan (een deel van) het levenslooptegoed ineens uitgekeerd, dan heeft u wel recht op de levensloopverlofkorting. Die wordt verrekend met de loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet die u dan moet betalen.

Gevolgen levensloopregeling voor ouderschapsverlof en vakantierechten

De regeling ouderschapsverlof blijft bestaan en verandert niet als de levensloopregeling op 1 januari 2006 van kracht wordt.

Een (levensloop)uitkering tijdens ouderschapsverlof Het wordt door de levensloopregeling wel mogelijk om te sparen voor inkomen tijdens de periode van ouderschapsverlof. Ouderschapsverlof is immers in principe onbetaald verlof. U kunt vanaf 1 januari 2006 sparen via de levensloopregeling om uw ouderschapsverlof te financieren. Volgend jaar ouderschapsverlof en levensloopregeling Als u de komende jaren ouderschapsverlof wilt opnemen, heeft u nog geen tijd gehad om via de levensloopregeling voldoende geld te sparen. U kunt wel gebruik maken van een belastingmaatregel: de ouderschapsverlofkorting. Hierbij krijgt u korting op de belasting die u moet betalen. Deze korting bedraagt 50% van het minimumloon per opgenomen verlofuur. Dat is ongeveer € 632 per maand bij voltijds ouderschapsverlof. Voorwaarde is wel dat u deelneemt aan de levensloopregeling. Wordt tijdens uw ouderschapsverlof uw loon gedeeltelijk doorbetaald, dan kunt u het levenslooptegoed gebruiken om het niet-betaalde deel te financieren. Voor meer informatie over deze korting neemt u contact op met de Belastingtelefoon. Vakantierechten Tijdens het onbetaald verlof bouwt u geen vakantiedagen en geen vakantiegeld op.

Gevolgen levensloopregeling voor verlofsparen, spaarloon en pensioen

Met de komst van de levensloopregeling is verlofsparen vanaf 1 januari 2006 niet meer mogelijk. Deze regeling vervalt. Uw verlofspaartegoed kan worden omgezet in gespaard levenslooptegoed. De verlofspaarregeling had een aantal nadelen waardoor er niet zoveel gebruik van werd gemaakt. De levensloopregeling heeft die nadelen niet.

spaarloon De spaarloonregeling blijft bestaan. U kunt per jaar kiezen of u aan de spaarloonregeling of aan de levensloopregeling wilt deelnemen. Het is dus niet mogelijk om tegelijk voor beide regelingen te sparen. Ook als u twee werkgevers heeft, is het niet mogelijk bij de ene werkgever te sparen voor de levensloopregeling, en tegelijkertijd bij uw andere werkgever van de spaarloonregeling gebruik te maken. U kunt wel in 1 kalenderjaar geld uit beide regelingen opnemen. U kunt geld van de spaarloonregeling niet toevoegen aan uw levenslooptegoed. Kiezen tussen spaarloon en levensloop voor 2006 Een spaarloonregeling waarin automatisch wordt gestort, zal in principe in 2006 doorlopen, waardoor u niet meer zou kunnen kiezen voor levensloop. De Tweede Kamer heeft een overgangsregeling aangenomen waardoor u tot 1 juli 2006 de tijd heeft om alsnog te kiezen voor deelname aan de levensloopregeling. Deze overgangsregeling geldt voor loon dat u vóór 1 juli 2006 heeft gespaard in een spaarloonregeling. Er geldt 1 voorwaarde: het geld dat u vanaf 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 in de spaarloonregeling gestort heeft, moet weer van deze rekening afgehaald worden. Dat gaat als volgt: de bank moet het geld vóór 1 juli 2006 terugstorten naar uw werkgever. Uw werkgever moet deze bedragen daarna als loon aan u uitbetalen. Na 2006 laat u uw werkgever jaarlijks (voor 1 januari) weten in welke regeling u het volgend jaar wilt sparen. Verschil spaarloon en levensloopregeling Het geld van de spaarloonregeling kunt u overal voor gebruiken. levenslooptegoeden kunt u alleen voor financiering van verlof inzetten, maar in deze regeling kunt u meer geld sparen dan bij de spaarloonregeling. Uw pensioenopbouw Als u meedoet aan de levensloopregeling, kan dit gevolgen hebben voor de opbouw en uitbetaling van uw pensioen. Ieder pensioenfonds heeft eigen regels. Informeer tijdig bij uw werkgever of het pensioenfonds naar de gevolgen voor uw pensioen, als u wilt sparen in de levensloopregeling.

Wat gebeurt er met het levenslooptegoed als ik geen werk meer heb?

Uw levenslooptegoed blijft op uw rekening of verzekering staan. De oorzaak van uw werkloosheid is daarbij niet van belang. U heeft nu (tijdelijk) geen werk, maar zodra u werk gevonden heeft, kunt u weer verder sparen.

levenslooptegoed als aanvulling op inkomen De levensloopregeling is bedoeld om een periode van onbetaald verlof te financieren. Daarom kunt u het tegoed niet opnemen voor een ander doel, zoals het overbruggen van een periode waarin u geen of te weinig inkomen heeft door bijvoorbeeld werkloosheid of ontslag. Omgekeerd bent u ook niet verplicht uw tegoed aan te spreken als u een uitkering moet aanvragen. Faillissement werkgever De uitbetaling van het levenslooptegoed loopt altijd via uw werkgever of uw vorige werkgever. Ook als u door een faillissement geen werk meer heeft, is uw ex-werkgever degene die het tegoed aan u uitkeert. Alleen in het geval dat uw ex-werkgever niet meer traceerbaar is, zal de financiële instelling het tegoed aan u uitkeren. Hoe dat gebeurt (ineens of in termijnen) is afhankelijk van de afspraken die u hierover met de financiële instelling heeft gemaakt. Er is dan geen recht op de levensloopverlofkorting. Afkoop levenslooptegoed In een enkel geval is afkoop van het tegoed mogelijk. Dat kan alleen als u uw dienstverband beëindigt. De mogelijkheid moet ook in de levensloopregeling schriftelijk vastgelegd zijn. Bij afkoop van het tegoed betaalt u in één keer loonbelasting over het tegoed. U heeft geen recht op de levensloopverlofkorting. Nog tegoed over en pensioen in zicht Komt u niet meer aan het werk en heeft u nog een tegoed op uw levenslooprekening staan, dan wordt het tegoed in één keer aan u uitbetaald. U heeft wel recht op de levensloopverlofkorting. Die wordt verrekend met de loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet die u dan moet betalen.

Welke gevolgen heeft de levensloopregeling voor sociale uitkeringen?

levenslooptegoed en bijstand Als u een bijstandsuitkering moet aanvragen, blijft het gespaarde levenslooptegoed buiten beschouwing. Het telt niet mee bij uw vermogen of inkomen.

levenslooptegoed en WW Iedere werknemer heeft recht om te sparen in de levensloopregeling. Maar als u werkloos bent kunt u uw levenslooptegoed niet opnemen. Dat is immers bedoeld om onbetaald verlof te financieren. U kunt in dit geval wel levenslooptegoed sparen, maar dit is alleen mogelijk als Uitvoering Werknemersverzekeringen (UWV) hiermee akkoord gaat. Werkloos worden tijdens levensloopverlof Als u werkloos wordt tijdens uw verlof (door bijvoorbeeld een faillissement van uw werkgever), dan wordt ervan uitgegaan dat uw verlof direct stopt. U heeft dan recht op een WW-uitkering, als u aan de voorwaarden daarvoor voldoet. Ziektewet-, WAO uitkering Tijdens uw levensloopverlofperiode bent u niet verzekerd voor de Ziektewet en de WAO. Maar door de Wet onbetaald verlof en sociale verzekeringen ondervindt u daarvan geen nadelen. Bent u na afloop van uw verlof (nog steeds) ziek of arbeidsongeschikt, dan heeft u recht op een uitkering volgens de Ziektewet, WAO / WIA of de Werkloosheidswet (WW).

Wat gebeurt er met het levenslooptegoed bij overlijden?

Wat er bij overlijden met het levenslooptegoed gebeurt, hangt af van de manier waarop u gespaard heeft (via een bank of via een verzekeringsmaatschappij) en van de gemaakte afspraken.

Spaarrekening Heeft u het levenslooptegoed opgebouwd op een spaarrekening, dan ontvangen uw erfgenamen dit bedrag, minus loonbelasting en bijdrage Zorgverzekeringswet. Uw erfgenamen betalen wel successierecht over het tegoed. Er is geen recht op levensloopverlofkorting. Verzekering Als het tegoed is gestort in een verzekering of een beleggingsproduct, dan kan het zijn dat het overlijdensrisico voor uw rekening komt. U heeft dan waarschijnlijk tijdens het leven een hogere uitkering, maar bij overlijden vervalt het tegoed aan de verzekeringsmaatschappij. Uw nabestaanden ontvangen dan niets. Ga dus goed na wat de voorwaarden en gevolgen van de verschillende levenslooprekeningen en –verzekeringen zijn, voordat u een keuze maakt.



Links en community